Nieuw onderzoek naar Joodse roofpanden belangrijk voor erkenning

Tijdens en de Tweede Wereldoorlog werden panden en bezittingen van Joodse inwoners vaak onteigend en vervreemd, dat wil zeggen afgenomen en aan het toenmalige gemeentebestuur gegeven. Na de oorlog moesten de panden dan teruggegeven worden aan de rechtmatige eigenaar, of zou deze moeten worden gecompenseerd. Toch gebeurde dat lang niet altijd of op een eerlijke manier. Om dit in kaart te brengen komt daar nu in Maastricht, in opdracht van de gemeente opnieuw een onderzoek naar. Tot vreugde van de voorzitter van de Joodse gemeenschap in Maastricht, Ernst de Reus, die ook het onderzoek initieerde.

Discriminatie 

Vandaag is het Nationale Dodenherdenking. Een dag waarop we als Nederlanders rekenschap geven van het verleden en stilstaan bij iedereen die tijdens de (Tweede Wereld)oorlog geleden heeft. Voor de Joden als grootste groep vervolgingsslachtoffers, geldt veelal dat het lijden voor hun als overlevende of nabestaande na de oorlog nog aanhield. Niet alleen door oorlogstrauma. Tot in de jaren ‘50 van de vorige eeuw duurde het dikwijls voor hen om hun huis, panden of compensatie voor bezittingen (terug) te krijgen. Mits dit al eerlijk gebeurde. Hierdoor voelde het voor veel Joden vaak nog steeds als antisemitisme of discriminatie.

Maastricht tweede gemeente

Roermond is als eerste Limburgse gemeente recent begonnen met het onderzoek, onder andere onder leiding van archivaris en historicus Jac Lemmens. Ook Heerlen en Sittard-Geleen is door De Reus gevraagd om onderzoek te doen naar geroofd Joods vastgoed. De term geroofd wordt gebruikt omdat het in bezit nemen van vastgoed van Joodse inwoners niet voor een algemeen belang was. Sittard-Geleen is daarop gestart met het in kaart brengen, maar van Venlo bijvoorbeeld heeft hij nog geen antwoord. Lemmens vertelt dat de gemeente Roermond meteen instemde met het onderzoek, maar dat in Maastricht pas na de tweede keer goedkeuring werd gegeven en middelen beschikbaar werden gesteld. 

Erkenning

Om als Nederlandse samenleving rekenschap te geven van dit stukje geschiedenis van Joodse inwoners tijdens en na WOII, moet men wel eerst weten wat er is gebeurd. Voor De Reus is het daar ook om te doen: "Voor de Joodse gemeenschap is het heel belangrijk dat er 80 jaar na de Joodse kwestie een stukje erkenning komt, niet alleen in de vorm van compensatie". En dat kan alleen als er onafhankelijk onderzoek komt volgens hem.

Raadplegen van meerdere archieven noodzakelijk 

Toch deed het Regionaal Historisch Centrum Limburg  (RHCL) al eerder een soortgelijk onderzoek, waaruit bleek dat het gemeentebestuur destijds niet verkeerd of corrupt handelde. Dat kwam volgens Jac Lemmens omdat het RHCL zich beperkte tot het controleren van de aanwezigheid van de registers van belastingen. "Archieven die er vaak niet meer zijn omdat het vernietigbaar materiaal is", aldus Lemmens. Om de loop van de de Joodse panden na te gaan moet er ook naar andere bronnen gekeken worden van bijvoorbeeld het archief van het kadaster, gemeentebestuur en landelijke archieven zoals in Den Haag of het NIOD in Amsterdam. Maar denk ook aan privé-archieven van families of notarissen. 

Eerder onderzoek goede basis voor nu 

Erik van Rijsselt en zijn broer René van Rijsselt gaan het onderzoek leiden. Zij hebben een achtergrond in bestuurs- en organisatiewetenschappen en bij de politie. Daarnaast beschikken zo over veel kennis van de Tweede Wereldoorlog in Maastricht. “Ze zijn al heel lang bezig om te kijken wat de rol van de politie is geweest in Maastricht. En daar is ook 'bijvangst'. Zaken die bij vorige onderzoeken niet relevant waren, maar nu dus wel”, aldus de Reus. De basis die er nu ligt, door deze resultaten van vorige onderzoeken, zorgt er wellicht voor dat de komende tien maanden alles sneller gaat verlopen en feiten ten aanzien van Joods vastgoed boven komen. “ Natuurlijk komt niet uit elk onderzoek naar voren dat het gemeentebestuur onrechtmatig heeft gehandeld, maar in sommige gemeenten zoals Amsterdam, Den Haag en Eindhoven dus wel. In die zin is het zinvol voor de gemeente Maastricht om net als in geloof ik 83 andere gemeenten de balans te laten opmaken”, zo stelt De Reus.