'Och, diech toch’, Maastrichts blijspel van de bovenste plank

Irma van Hoof en Twajn Wijenberg, het gouden theaterduo van Maastricht

Noem ze gerust de haute couturiers dan wel de drie sterrenkoks van het 100 percent Mestreechs theater en van het bezigen van de klassieke Mestreechter taol. Het duo Irma van Hoof en Twajn Wijenberg hebben vrijdag en zaterdag met drie voorstellingen van ‘Och, diech altied’ een kleine 2.000 liefhebbers van onvervalst Mestreechs ammezemint volledig aan hun trekken laten komen. Het inmiddels door het RTV Maastricht programma Good Veurein bekende televisie-duo kon eindelijk weer eens schitteren met dat wat ze het liefste doen: theater. Stadsjournalist en -fotograaf Laurens Bouvrie bezocht de première en doet in woord en beeld verslag. 

Met superlatieven moet je altijd zuinig omgaan. Overdaad schaadt, zeker bij het uitdelen van complimenten of het geven van kritiek. Devaluatie ligt al snel op de loer. Te lang geen theater beleven leidt bovendien wellicht snel al tot iets heel erg mooi of leuk vinden. Zo lang verstoken blijven van toneel kan natuurlijk invloed hebben op je objectief en kritisch vermogen. Toch durf ik het aan om de voorstelling ‘Och, diech toch’ van de Toneelgròp Geruik Vleis zonder gêne de hemel in te prijzen. Het script, de boodschap, de muziek, het decor, de bijrollen en last but not least de hoofdrolspelers maakten van het door Phil Dumoulin geschreven stuk een avond van A tot en met Z ammezasie mèt ‘n kemissie veur eus allemaol. 

Theaterstukken of musicals  in de Mestreechter taol zijn in de uitvoering geen abc’tjes. Omdat de meeste lokale projecties tot het genre blijspelen behoren ligt ‘over de top acteren en dito uitventen van humor’ al snel op de loer. Dat heeft onder meer te maken met twee typische karaktertrekken die in deze stukken bijna per definitie aanwezig zijn. De Mestreechter taol, zo weten wij met zijn allen, kent een geweldig vocabulair en timbre om je zowel ordinair alsl elitair te uiten. Iedere inwoner van de stad kent wel een of meerdere  woorden die lekker vettig oet eus stroot kinne koume’. 

Een andere standaard in Maastrichtse blijspelen is het  doorspekken van het Nederlands met Mestreechter wäört. Ook daar kent iedere inwoner van de stad zat voorbeelden van. Vooruit, een voorbeeldje: ‘De poor die Jeanette had gemaakt was hendig lekker’. 

Het stuk ‘Och, diech toch’, vormt wat betreft lardering van deze ingrediënten in het spel geen uitzondering. Volop wordt gebruik gemaakt van het rijke Mestreechter vocabulaire. Dat dit niet tot overdrijving leidt is volledig te danken aan de het vermogen van Irma van Hoof en Twajn Weijenberg. Zij laten de voorstelling door timing en dosering de voorstelling niet verworden tot een lach-of-ik-schiet-show. De jarenlange ervaring in combinatie met talent maakt het duo tot de buitencategorie van het Maastrichtse blijspel. En de sidekicks Riny Philippens en Phil Dumoulin spelen met verve de bijrollen in dit stuk.

Uiteraard is dat ook te danken aan het script. Phil Dumoulin weet met ‘Och, diech toch’ een ongemakkelijk onderwerp niet alleen vermakelijk te maken. Hij slaagt er ook in om het bespreekbaar te maken.  Het klassieke verhaal van een op het oog op elkaar uitgekeken koppel dat elkaar bij het minste of het geringste de pökkel volsjelle en verwiete make is niet eens typisch Maastrichts. De boomers die dit artikel lezen hebben vast ooit wel eens naar de Engelse comedy George en Mildred gekeken. Voor wie ‘Och, diech toch’ nu nog niet heeft mogen zien: Irma en Twajn doen niet onder voor dit stel. Maar ondanks alle gevreigel en elkaar zelfs ‘ne vreuge doed winse, komt het koppel er, zoals zo vaak het geval is, achter dat ‘t bij aandere ouch neet allemaol goud is dat blink. Herkenbaar toch? 

‘Och, diech toch’ had halve mazzel. Op vrijdag, zaterdagmiddag en -avond konden de voorstellingen nog doorgaan. De matinee en avondvoorstelling van zondag hadden te maken met de nieuwe corona-regels en werden geschrapt.

Het is  te hopen dat Toneelgróp Geruik Vleis het besluit gaat nemen in betere tijden het stuk nog een aantal keren op te voeren. Al is het alleen maar om Irma van Hoof de klassieke Maastrichtse phrase ‘indirec is dat zoe’ te horen zeggen. 

Tekst en foto's : Laurens Bouvrie