Geen gesprek over snelbus in plaats van sneltram Maastricht-Hasselt

Het lijkt erop dat er geen gesprek komt tussen het college en het Vlaamse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waar de Liberale Partij Maastricht (LPM) in een motie op aandrong. Een raadsmeerderheid, van 25 stemmen, was tegen de motie waarin de LPM een gesprek tussen het stadsbestuur en de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare werken oppert omdat men aan de Belgische zijde een hele andere kant op zou willen. De Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken zou namelijk Maastricht willen overtuigen van een snelbus in plaats van een sneltram. Zo zou in Vlaamse media te lezen zijn.

De LPM wil een overleg tussen het college en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van de Vlaamse Minister van Mobiliteit en Openbare Werken omdat in Vlaamse media te lezen zou zijn dat de Vlamingen wethouder Gert-Jan Krabbendam willen overtuigen van een snelbus in plaats van een sneltram. Althans zo beweert Kitty Nuyts van de LPM. Nuyts stelt dat het belangrijk is om naar de toekomst te kijken en in te zetten op een financiële afwikkeling ervan die voor beide landen acceptabel is en "te bespreken hoe nu verder met het tramproject".

Geen aanleiding voor wantrouwen

Wethouder Gert-Jan Krabbendam, daarentegen, laat weten dat er geen aanleiding is om te vermoeden dat de Vlamingen van een tram af willen zien. Daarnaast is er dus geen aanleiding voor Maastricht om zich in deze niet meer als betrouwbare partner op te stellen. Contracten dienen worden nagekomen, zo luidt wederom de boodschap. De Vlamingen doen inspanningen en treffen voorbereidingen. "Er liggen nu geen besluiten voor aan de gemeenteraad omdat bij ons alles op groen staat. Alleen moet aan Vlaamse zijde de volgende stap worden gezet voor de aanbesteding", aldus de wethouder.

"Niet langer met onze voeten spelen"

De enige partij die een nuance aanbrengt in haar standpunt tegen de motie, was Seniorenpartij Maastricht (SPM). De partij is namelijk in principe niet tegen het tramproject, maar vindt indien de deadline van de landelijke bijdrage van de overheid verloopt, dat de Vlamingen wel de gevolgen voor hun rekening moeten nemen: “We roepen de wethouder op om de boodschap over te brengen aan de Vlaamse minister om niet langer met onze voeten te spelen". Als er substantiële nadelige gevolgen zich voordoen, vormt dit wel aanleiding voor een herbesluit, zo stelt John Steijns van de SPM.