Eén op de tien studenten slachtoffer van verkrachting

Zo’n tien procent van alle studenten op de Universiteit Maastricht stellen dat zij tijdens hun studententijd slachtoffer zijn geworden van verkrachting. Daarnaast zou de verkrachter in de meeste gevallen een bekende zijn van het slachtoffer die werkt bij of studeert aan de UM.

Dat blijkt uit een onderzoek naar seksueel geweld, waarvoor vorig jaar bijna 3000 studenten een vragenlijst invulden. De meeste daders waren bekenden van de slachtoffers en werkten bij-  of studeerden zelfs aan de UM . Bij zo’n 75% van de gevallen zouden ook drugs in het spel zijn geweest. 

Opvallend is dat vrouwen, studenten met een beperking en LHBTI’ers, mensen die een andere seksuele voorkeur dan hetero hebben of zichzelf niet in een traditionele gender categorie plaatsen, het vaakst doelwit werden van seksueel geweld. Daarnaast hebben ook leden van studentenverenigingen of studentensportverenigingen een grotere kans om slachtoffer te worden van verkrachting. Zo zou de helft van alle studenten wel een last hebben gehad van seksuele intimidatie zoals ongewenst aanraken, zoenen of betasten. Wederom zou daar alcohol of drugs een rol spelen in driekwart van de gevallen, zowel bij de dader als het slachtoffer. 

Toch ontving de UM tussen 2015 en 2019 slechts zes keer een melding van een verkrachting. Het officieel melden van seksueel geweld blijft toch een beetje in de taboesfeer hangen, hoewel men er soms wel met een vertrouwenspersoon over praat. Schaamte of angst voor wraak van de dader zijn vaak redenen om geen verdere stappen richting justitie te zetten. 

Artikel in samenwerking met 1Limburg.