Sociaal netwerk van invloed op het krijgen en hebben van diabetes type 2

Diabetes type 2 is een van de meest voorkomende chronische ziekten in de westerse wereld. Ruim 1,2 miljoen Nederlanders lijden er aan. Wie leeft in een sociaal isolement heeft een groter risico op de ziekte, en heeft ook meer kans op complicaties, zo laten recente resultaten van de Maastricht Studie zien.

De Maastricht Studie is een grootschalig onderzoek in de regio Maastricht/ Heuvelland naar de oorzaken en gevolgen van diabetes type 2 en andere chronische ziekten. 

Resultaten 

In een recente literatuurstudie onder leiding van biomedisch wetenschapper en epidemioloog Miranda Schram heeft men onlangs kunnen aantonen dat mensen in een sociaal isolement sneller het risico lopen diabetes type 2 te krijgen. Alléén wonen en gebrek aan sociale steun maakt de kans op de ziekte net zo groot als lijden aan obesitas of het hebben van een hoge bloeddruk. Het onderzoek toont bovendien aan dat deze sociale kenmerken bestonden vóór de ontwikkeling van suikerziekte. Het hebben van een groter netwerk en meer sociale steun geeft verder minder kans op complicaties als chronische nierziekte en hart- en vaatziekten, en zorgt ervoor dat mensen beter met de ziekte omgaan. Het betrekken van het sociale netwerk kan helpen om diabetes, of de complicaties ervan, te voorkomen, zo bleek. 

Tot op heden was er weinig aandacht voor sociale netwerken in het onderzoek naar de oorzaken van diabetes type 2. Daarnaast was er weinig data. De Maastricht Studie brengt hier verandering in, de wetenschappers hebben beschikking over gegevens van ruim 9000 mensen, waarvan ongeveer een kwart diabetes type 2 heeft. 

Belang

De resultaten zijn van belang voor het voorkomen van diabetes type 2. Momenteel krijgen 150 mensen per dag in Nederland te horen dat ze diabetes hebben. Door gebruik te maken van de inzichten op het gebied van sociale netwerken, kan men mogelijk veel diagnoses voorkomen.
Maar de nieuwe inzichten zijn ook belangrijk voor het ontwikkelen van nieuwe leefstijl-adviezen.  Momenteel worden patiënten vaak aangespoord om meer te bewegen en gezonder te eten zonder dat er navraag is gedaan naar de sociale situatie. Onderzoekster Miranda Schram vindt dat dat vanaf nu beter kan: “We verwachten dat het betrekken van het sociale netwerk helpt om die adviezen beter en langduriger op te volgen. Diabetes-zorgverleners, zoals huisartsen en internisten, moeten zich hier meer bewust van worden, zodat interventies in de toekomst meer effect sorteren”.